Podiumkunsten - Home pc304

reglementering

reglementering

 

Sinds 1 augustus 2006 is de hernieuwde wet op het vrijwilligerswerk van kracht. Deze wet legt vast wat onder de vorm van vrijwilligerswerk mogelijk is en op welke manier dit dient te gebeuren. De wet hanteert volgende omschrijvingen: 

 

1. Vrijwilligerswerk is elke activiteit die onbezoldigd en onverplicht wordt verricht, ten behoeve van één of meer personen, andere dan degene die de activiteit verricht, van een groep of organisatie of van de samenleving als geheel; die ingericht wordt door een organisatie anders dan het familie- of privé-verband van degene die de activiteit verricht; en die niet door dezelfde persoon en voor dezelfde organisatie wordt verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst, een dienstencontract of een statutaire aanstelling.
2. De vrijwilliger is elke natuurlijke persoon die een activiteit verrricht zoals omschreven in 1.
3. Een organisatie is elke feitelijke vereniging of private of publieke rechtspersoon zonder winstoogmerk die werkt met vrijwilligers.

 

De wet gaat in op de informatieplicht, de aansprakelijkheden, de verzekeringen, de vergoedingen en formaliteiten voor bepaalde groepen van vrijwilligers.

  

informatieplicht

 

Vóór de activiteiten van een vrijwilliger aanvangen, moet hij minstens volgende informatie ontvangen:

 

  • de sociale doelstelling van de organisatie
  • het juridisch statuut van de organisatie
  • dat er een verzekering Burgerrechtelijke Aansprakelijkheid (BA) is gesloten van de organisatie inzake de risico's bij het vrijwilligerswerk of dat andere vrijwilligersverzekeringen, bvb rechtsbijstand, lichamelijke ongevallen, e.a.
  • of een (kosten)vergoeding betaald wordt en zo ja, wat en wanneer, forfaitair of bewezen door documenten
  • dat de geheimhoudingsplicht geldt - volgens artikel 458 van het Strafwetboek - en de vrijwilliger die moet naleven
  • specifieke organisatiegebonden afspraken moeten ook opgesomd worden.

 

aansprakelijkheid - verzekeringen

 

De vorm waarin die informatie wordt aangeboden, kan men vrij kiezen. De werkgever mag aan de vrijwilliger ook vragen om de informatienota te ondertekenen voor ontvangst, maar dat is niet verplicht. Voorbeelden van de informatienota vind je hier.

 

 

De wet verplicht een verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid (BA), tot dekking van de risico's met betrekking tot het vrijwilligerswerk, voor ten minste de organisatie. Als de organisatie (= de vrijwilliger) een fout maakt, die schade veroorzaakt aan derden, zal de verzekering de schade moeten vergoeden. Behalve in geval van bedrog, zware fout of eerder een gewoonlijk dan toevallig voorkomende lichte fout van de vrijwilliger, is een vrijwilliger nooit burgerlijk aansprakelijk voor de schade die hij veroorzaakt bij het verrichten van vrijwilligerswerk (tenzij het om schade gaat die hij zichzelf toebrengt).

 

De wet verplicht ook dat de vrijwilligers verzekerd zijn, zowel tijdens de uitvoering van hun activiteiten, als tijdens de verplaatsingen uitgevoerd in het kader daarvan.

 

Gaat het om occasioneel vrijwilligerswerk (lees minder dan 100 prestatiedagen, geteld per organisatie) kan je aansluiten bij de gratis collectieve verzekering, georganiseerd door de Provincies. Zoniet kan je een raamakkoord afsluiten bij volgende verzekeraars. Je kan je vraag ook altijd richten aan de verzekeraar van je reguliere personeelsverzekering.

 

kostenvergoedingen

 

algemeen

 

 

  • Er zijn twee mogelijke kostenvergoedingsvormen: de vaste (forfaitaire) onkostenvergoeding of de variabele (reële) onkostenvergoeding. 
  • Het staat elke organisatie vrij om al dan niet vergoedingen uit te betalen. De vrijwilliger heeft er geen recht op (verplicht te vermelden in de informatienota). 
  • Er moeten geen belastingen betaald worden, geen fiscale fiches opgesteld en geen bijdragen voor sociale zekerheid betaald worden zolang de vrijgestelde maxima worden gerespecteerd. Iemand die voor de organisatie waarbij hij werknemer is ook een vrijwillige activiteit van sportieve, sociale of culturele aard uitoefent, geniet niet van deze vrijstelling. 
  • Ook uitkeringsgerechtigden mogen een kostenvergoeding ontvangen zonder verlies van hun vervangingsinkomen, mits zij aan enkele voorwaarden voldoen. 
  • Occasionele vergoedingen in natura zijn toegestaan

 

vaste of forfaitaire kostenvergoeding

 

  • Er gelden bovengrenzen (index 01/01/2016):
    •      € 32,71 maximum/dag/vrijwilliger
    • € 1.308,38 maximum/jaar/vrijwilliger
  • De administratie van de belastingen vraagt dat organisaties een nominatieve lijst bijhouden, op papier of digitaal, met per dag het bedrag van de vergoeding per vrijwilliger
  • Er zijn geen bewijsstukken nodig: een bankverrichting of ontvangstbewijs volstaan
  • Indien de vergoedingen de vrijgestelde bedragen overschrijden, moet een individuele fiche 281.50 en de bijhorende samenvatting 325.50 opgemaakt worden.

 

variabele of reële kostenvergoeding

 

  • Deze onkostenvergoedingen zijn onbegrensd, maar buitensporige bedragen worden niet aanvaard
  • De maximale kilometervergoeding voor dienstverplaatsingen met de eigen wagen, motorfiets of bromfiets bedraagt € 0,3363/km voor de periode tussen 1 juli 2016 en 30 juni 2017, voor de fiets is dat € 0,22/km. Elke organisatie bepaalt zelf welke kilometervergoedingen aan wie worden terugbetaald. Als de vergoeding berekend wordt op basis van de afgelegde kilometers, wordt ze beschouwd als een terugbetaling van werkelijke kosten. Een hogere vergoeding mag alleen mits bewijs van de extra kosten. 
  • Voor het gebruik van het openbaar vervoer, van en naar de plaats van uw vrijwilligerswerk, geldt geen beperking.
  • De organisatie bewaart de bewijsstukken voor de boekhouding

 

De twee kostenvergoedingssystemen mogen niet door elkaar gemengd worden, in hoofde van één vrijwilliger, per kalenderjaar.

Er is één uitzondering: een forfaitaire onkostenvergoeding mag gecombineerd worden met een terugbetaling van vervoerskosten voor max. 2.000 km per jaar ontvangen".

 

De vrijwilliger moet zelf waken over het niet mengen van beide systemen én de maxima die hij mag ontvangen, want een organisatie weet alleen wat zij vergoedt en niet wat de vrijwilliger eventueel elders ontvangt.


formaliteiten voor bepaalde groepen van vrijwilligers

 

Niet iedereen mag zonder meer vrijwilligerswerk doen. Sommige mensen dienen hiervoor enkele formaliteiten te vervullen:

 

  • Uitkeringsgerechtigde werklozen dienen te melden aan hun uitbetalingsinstelling dat ze vrijwilligerswerk gaan verrichten. Organisaties kunnen wel een algemene toelating vragen, waardoor deze formaliteiten automatisch wegvallen. 
  • Ook mensen die een leefloon ontvangen, moeten hun vrijwilligerswerk voorafgaandelijk melden aan het OCMW
  • Wie een ziekte- of invaliditeitsvergoeding ontvangt van het ziekenfonds dient te laten vaststellen door de adviseren geneesheer dat het vrijwilligerswerk verenigbaar is met de gezondheidssituatie. 
  • Ambtenaren dienen mogelijk toestemming te vragen voor het verrichten van vrijwilligerswerk
  • Vrijwilligerswerk dat onder gezag gebeurt, kan in principe enkel verricht worden door vreemdelingen die vrijgesteld zijn van arbeidskaart. Vreemdelingen die niet mogen werken, of die een arbeidskaart nodig hebben om te werken kunnen in theorie geen vrijwilligerswerk in ondergeschikt verband verrichten.
  • Mensen zonder wettig verblijf mogen geen vrijwilligerswerk verrichten

 

nuttige links

 

Een overzicht van alle wetgeving rond vrijwilligerswerk vind je op:

 

www.vrijwilligerswetgeving.be

 

Informatie over vrijwilligerswerk vind je op:

 


 

sociaal fonds voor de podiumkunsten van de vlaamse gemeenschap
over het sociaal fonds sectorconvenant  
contact nieuwsberichten